BEOORDELING VAN KLACHTEN VAN CHRONISCHE VERMOEIDHEID DOOR HET UWV

11-09-2020

8 September 2020.

 

In Nederland lijden enkele tienduizenden mensen aan klachten van chronische vermoeidheid. Deze ziekte wordt wel met de woorden ME/CVS aangeduid. Het is een moeilijke naam voor een ingewikkelde en nog niet begrepen ziekte. In een advies van de Gezondheidsraad ME/CVS 2018 wordt ME/CVS omschreven als een ernstige, chronische ziekte, die het functioneren en de kwaliteit van leven van mensen die er aan lijden, fors beperkt. De diagnose van een ME/CVS kan door een arts, bijvoorbeeld door een reumatoloog, worden gesteld. Dat gebeurt, aldus de Gezondheidsraad, aan de hand van symptomen.

Een patiënt die lijdt aan chronische vermoeidheid is niet of verminderd in staat om met werk geld te verdienen. Er wordt vaak een beroep op een arbeidsongeschiktheidsregeling (WIA of WAJONG) gedaan. Uit de rechtspraak blijkt dat de enkele diagnose van een ME/CVS niet voldoende is om voor een WIA- of WAJONG-uitkering in aanmerking te komen. De rechter oordeelt van geval tot geval.

In de uitspraak van de CRvB (Centrale Raad van Beroep) van 8 januari 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:29, ging het om een werknemer die op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid voor een WIA-uitkering in aanmerking kwam. De uitkering werd per 1 januari 2017 ingetrokken omdat de werknemer volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt was. In hoger beroep stelde de CRvB vast dat de patiënt leed aan CVS. De Gezondheidsraad had, aldus de CRvB, in zijn in 2018 gegeven advies, uiteengezet dat ME/CVS een ernstige ziekte is en kan leiden tot substantiële functionele beperkingen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had in haar rapport geschreven dat in de FML (Functionele Mogelijkhedenlijst) uitgebreide beperkingen waren aangenomen voor energetische inspanning. Volgens de arts kon de patiënt functioneren in licht, niet energetisch belastend, werk. In de FML van 29 september 2016 waren echter alleen beperkingen verwoord in de rubrieken 1 (persoonlijk functioneren) en 2 (sociaal functioneren). Dat geen enkele beperking was aangenomen in de overige rubrieken van de FML (dynamische handelingen en statische houdingen) vond de CRvB strijdig met de stelling van de verzekeringsarts dat de patiënt kon functioneren in licht energetisch werk. Werk wordt doorgaans, aldus de CRvB, licht en energetisch niet belastend genoemd als van de werknemer in beperkte mate een dynamische en statische inspanning wordt verlangd.

De CRvB deed op 8 januari 2020 met toepassing van artikel 8:51d AWB een tussenuitspraak. Hij gaf het UWV opdracht om alsnog een nieuw medisch rapport uit te brengen. In het nieuwe rapport diende het UWV hetzij te motiveren waarom deze verzekerde met ME/CVS niet beperkt was voor de rubrieken dynamische handelingen en statische houdingen, hetzij alsnog in een aangepaste FML een of meer beperkingen in de rubrieken dynamische handelingen en statische houdingen op te nemen en nader onderzoek door een arbeidsdeskundige te laten uitvoeren.

Het is niet voldoende om met een beroep op het advies ME/CVS van de Gezondheidsraad te volstaan. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 22 maart 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:798, rechtsoverweging 4.6: ‘Een verwijzing naar het advies van de Gezondheidsraad ME/CVS van 19 maart 2018 is onvoldoende om beperkingen aangewezen te achten bij een betrokkene, omdat dit advies van algemene aard is en niet ingaat op de situatie van de individuele betrokkene.’ 

 Als u met een beroep op de diagnose ME/CVGS een WIA-procedure bij de rechtbank of de CRvB start, is het beslist aan te raden om het (hoger) beroep met medische gegevens te onderbouwen. Zie, bijvoorbeeld, de uitspraak van de CRvB van 13 mei 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:1105, waarin hij in r.o. 4.3 overwoog dat het, gelet op het afwijkende standpunt van de behandelaars over de mogelijkheden van appellante, op de weg van de arts van het UWV had gelegen om de behandelaars om een nadere toelichting op hun standpunt te vragen. De CRvB concludeerde verderop in zijn uitspraak dat het medisch onderzoek niet volledig en daarmee onvoldoende zorgvuldig was geweest. De conclusies uit dat onderzoek waren niet van een toereikende motivering voorzien. Het WIA-besluit was in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel tot stand gekomen. Ook hier gaf de CRvB met toepassing van artikel 8:51d AWB het UWV een termijn om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen.

Elk geval van ME/CVS is anders. Mocht u vragen over het onderwerp ME/CVS in relatie met een sociale uitkering hebben, win dan bijvoorbeeld advies in bij het UWV, een arts of een jurist.